Camperplaatsen in schootsveld fort Benoorden Purmerend
Wat speelt er? Een particulier heeft een vergunning voor vijf jaar aangevraagd voor de aanleg van twintig camperplaatsen langs de Oostdijk in Zuidoostbeemster. Het plangebied ligt in het zogeheten ‘schootsveld’ van het fort Benoorden Purmerend en in het inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam (Stelling). Dat is de kernzone van de Stelling. Voor die kernzone gelden extra beschermende regels, zoals het uitgangspunt dat kleinschalige activiteiten alleen zijn toegestaan als deze ten doel hebben de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Deze kwaliteit betreft de resterende openheid, de rust en het groen. Het vrije zicht vanuit het fort is daarbij belangrijk. Anders kan men zich geen voorstelling maken hoe de Stelling zou hebben gefunctioneerd.
Wij schreven daar eerder over.

Zicht op de camperplaatsen vanaf de Oostdijk terwijl het gebruik agrarisch had moeten zijn om de schootsvelden van de Stelling van Amsterdam maximaal herkenbaar te maken.
Standpunt SBW
Het agrarisch gebruik, de openheid, het groen en de relatief stille ring rond Amsterdam zijn belangrijke kwaliteiten van de Stelling. Een camping voor twintig campers dat het jaarrond wordt gebruikt is volgens SBW niet passend in zo’n (open) landschap. Toen men in 2017 een grote parkeerplaats wilde aanleggen bij fort Nekkerweg (eveneens deel van de Stelling) vond een deskundige dat daarmee de kernkwaliteiten zouden worden aangetast. Deze deskundige concludeerde dat de open ruimte van de schootsvelden maximaal herkenbaar moeten worden gemaakt door handhaving van het agrarisch gebruik. De gemeente werkte daarom destijds terecht niet mee aan de aanleg van deze parkeerplaats.
Uitspraak
In deze zaak verleende de gemeente helaas wel toestemming. De hoogste rechter volgde de redenatie van de gemeente. Samengevat, de omgevingsvergunning is verleend voor verrijdbare campers die er niet altijd staan. Het zijn geen bouwwerken, aldus de rechter. De gemeente heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat daarmee de zichtlijnen niet worden doorbroken. Bovendien zou het perceel lager liggen dan de dijk en zou het een kleinschalige ontwikkeling op een perceel betreffen, waar al activiteiten plaatsvinden. Daarom zag de Raad van State geen aanknopingspunten voor het oordeel dat deze ontwikkeling zorgt voor een aantasting van de relatief stille omgeving.
De rechter oordeelde verder dat de gemeente bij de beslissing beleidsruimte heeft bij de afweging van de belangen. ‘De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. … Daarbij komt dat het initiatief de kernwaarden niet aantast en het om een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan gaat.’
U kunt de volledige uitspraak hier lezen.
Precedent
SBW is uiteraard niet blij met de uitspraak. Het gevaar is namelijk aanwezig dat het een precedent schept voor nieuwe kleinschalige activiteiten. De gemeente stelt nauwelijks grenzen en past regels flexibel toe. Gelukkig zien we wel enige lichtpuntjes in de uitspraak. In het geval het gaat om blijvende bouwwerken of in het geval het niet gaat om een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan dan kan het anders liggen.
SBW blijft nieuwe activiteiten in beide Werelderfgoederen kritisch volgen en opkomen tegen aantastingen van het gebied.




