1.jpg
previous arrow
next arrow

Neerwaartse trend

Na 1960 zijn verschillende soorten broedvogelpopulaties, in Nederlands agrarisch gebied, met meer dan 70% afgenomen door veranderingen in de landbouw.

Dat geldt ook voor de grutto, onze nationale vogel. Uitgegaan wordt dat er, als gezegd, nog ongeveer 25.000 broedparen grutto’s in Nederland zijn. Er zijn ook deskundigen die menen dat dit aantal in werkelijkheid al veel lager is. In het rapport van Sovon, p. 4 staat dat minimaal 85.000 broedparen nodig zijn om te kunnen spreken van een gunstige staat voor instandhouding van de grutto. 25.000 is dus al ver beneden dit minimum.

Inbreukprocedure Europese Commissie

Nederland is op grond van de Europese Vogelrichtlijn verplicht om de grutto en andere weidevogels en hun leefgebieden te beschermen. Nederland komt echter volgens de Europese Commissie haar verplichtingen niet na. De Europese Commissie heeft daarom besloten een juridische procedure tegen Nederland te starten. Nederland wordt daarin opgeroepen effectieve maatregelen te nemen.

Het gaat in de kern om het nakomen van drie verplichtingen door Nederland; verplichtingen die van toepassing zijn op de grutto en alle andere weidevogels. Nederland moet:

  1. Alle noodzakelijke maatregelen nemen voor de instandhouding van populaties van alle inheemse vogelsoorten;
  2. Alle noodzakelijke maatregelen nemen voor het beschermen, in stand houden of herstellen van leefgebieden in voldoende gevarieerdheid en omvang voor alle inheemse vogelsoorten; en
  3. Speciale beschermingsmaatregelen treffen voor bedreigde en kwetsbare vogelsoorten en alle andere trekvogels, in het bijzonder door de aanwijzing en bescherming van speciale beschermingszones die bekend staan als Vogelrichtlijngebieden ofwel Natura 2000-gebieden.

Maatregelen

Weidevogels worden in de wet- en regelgeving beschermd en het (agrarisch) weidevogelbeheer wordt gesubsidieerd. Hoewel er acht keer meer subsidie wordt uitgegeven in Nederland aan natuurbeheerders en boeren sinds het begin van deze eeuw, wordt de neerwaartse trend, maar niet gekeerd. De aantallen weidevogels dalen nog steeds. De Algemene Rekenkamer concludeerde in 2023 dat het beleid van de minister van LNV voor agrarisch natuurbeheer (ANLb)1 om de weidevogels te beschermen dus niet heeft gewerkt. Dat komt omdat het ANLb op basis van vrijwillige deelname door boeren wordt uitgevoerd. In veel voor weidevogels kansrijke (broed/foerageer) gebieden worden helemaal geen maatregelen getroffen, omdat de boeren in kwestie niet willen deelnemen. En als bepaalde boeren wel meedoen dan kiezen ze meestal voor het zogeheten legselbeheer. Begrijpelijk, want dat heeft nauwelijks invloed op hun bedrijfsvoering. Daarbij wordt slechts met stokken of nestbeschermers aangegeven waar de nesten zitten, zodat boeren er niet met hun trekkers overheen rijden. Dit wordt licht beheer genoemd. Inmiddels is gebleken dat dit soort beheer nauwelijks tot geen effect sorteert. Andere maatregelen, zoals hoog waterpeil, laat maaien en extensieve beweiding, hebben een grotere invloed op de bedrijfsvoering. Dit wordt zwaar beheer genoemd en is onder boeren helaas aanmerkelijk minder populair.

Ecologische evaluatie Agrarisch Natuurbeheer (ANLb)

De Universiteit van Wageningen (WUR) en Sovon constateerden vorig jaar min of meer hetzelfde in Ecologische Evaluatie ANLb: op bijna 95% van het totale landbouwareaal in Nederland is in 2022 géén ANLb uitgevoerd en een substantieel deel van het ANLb bestond slechts uit het lichte legselbeheer. Zij concludeerden dat ANLb alleen zin heeft als op minstens 50% van de graslandgebieden met een minimale omvang van 62,5 ha zwaar beheer wordt uitgevoerd.

Verder zijn WUR en Sovon kritisch over uitsluitend uitgesteld maaien als zwaar beheer maatregel, omdat de waarde daarvan voor het creëren van een foerageerhabitat voor de weidevogelkuikens gering is. Het heeft voornamelijk een meerwaarde voor de uitkomstkans voor nesten. De percelen hebben veelal een gesloten vegetatie. Met gesloten vegetatie wordt bedoeld dat de vegetatie te hoog en te dicht is voor weidevogelkuikentjes. Ze komen daar moeilijk doorheen en prooidiertjes zijn niet bereikbaar. Dat is voor een belangrijk deel een gevolg van het feit dat tijdens de zomer en herfst geen restricties gelden voor bemesting. Deze percelen worden na het uitkomen van de eieren vaak meteen gemaaid. Dus er worden wel meer kuikens geboren, maar die overleven het alsnog niet door het gebrek aan voedsel. Dat zet dus geen zoden aan de dijk.

In deze evaluatie staat verder dat er sterk wetenschappelijk bewijs is dat op de eerste plaats een hoog waterpeil cruciaal is voor effectief weidevogelbeheer.

Waterhuishouding in Opperwoud

Hoe is het met de waterhuishouding gesteld in Opperwoud (40 hectare aan de Zeedijk ten noorden van Uitdam in Waterland-oost)? “Deze is prima op orde” volgens Ton Pieters. Hij adviseert bij het particulier natuurbeheer van dit gebied. Met groot succes want de neerwaartse trend is al enkele jaren gekeerd in dit gebied. SBW ging samen met Ton kijken op 16 april jl.

Ton lichtte toe dat in dit gebied niet alleen naar de waterstanden in de sloten wordt gekeken, maar vooral naar het water dat in de greppels staat. Op deze manier kan het water doorstromen in de weilanden zodat het grondwaterpeil in de bodem daarvan op peil blijft (ca 20 centimeter onder het maaiveld). Er wordt gezorgd dat de taluds van de greppels en sloten vochtig en slikachtig zijn en heel flauw aflopen. Op die taluds kunnen dan de eerste kuikentjes allerlei slakjes en insecten vinden. Deze zijn namelijk begin april nog niet veel te vinden in de weilanden zelf. “De groei van grassen, bloemen en kruiden komt pas later op gang omdat de grond nog relatief koud is door het hoge waterpeil”, aldus Ton. Hij kan het waterpeil zelf regelen met de inrichting van Opperwoud. Hij laat het waterpeil pas in juli langzaam zakken. Tot in juli zorgt hij ervoor dat er water in de greppels blijft staan. “Dat is cruciaal. Het voorkomt dat de vegetatie te hoog en te dicht wordt. Bovendien krijgen kruiden en bloemen ook de kans te groeien, die verschillende en andere soorten insecten aantrekken. Ze worden niet verdrongen door eenzijdige eiwitrijke grassen. Kuikentjes kunnen er makkelijk doorheen lopen en er zijn voldoende prooidiertjes bereikbaar omdat de vegetatie laag is. Ook zorgt het hoge waterpeil dat de bodem zacht en vochtig is, zodat het bodemleven in de toplaag voor de volwassen vogels bereikbaar blijft,” lichtte Ton toe. Gruttokuikens eten maar liefst 5.000-12.000 insecten per dag.

We reden met Ton’s blauwe bus over de beheerweg door Opperwoud. Links en rechts daarvan lagen al talloze grutto’s en kievieten op eieren.2 Ze zijn kennelijk gewend aan de blauwe bus, want ze bleven rustig liggen. Er komen geen anderen in het gebied, ook geen vrijwilligers om nesten te tellen.

 

Vochtig greppellandschap in Opperwoud. Foto: Ton Pieters


Op bovenstaande foto is goed te zien dat de vegetatie nog heel laag is. Wij zagen vier jonge kievietjes al pikkend rondscharrelen op de slikachtige brede taluds. De
greppels zijn gevuld met water. Deze zorgen ervoor dat er voldoende water in de bodem kan doordringen. Plots schoten grutto’s en kievieten alarmerend omhoog om samen een buizerd te verjagen. “De aanwezigheid van predatoren is helemaal geen probleem als er voldoende weidevogels zijn om deze te kunnen verjagen”, licht Ton toe. “De weidevogeldichtheid is helaas in bijna alle weidevogelgebieden in Nederland daarvoor te laag! Daarom delven de wel aanwezige weidevogels in die gebieden vaak het onderspit.”

Ton wijst naar de aangrenzende weilanden van Staatsbosbeheer. “De waterhuishouding is daar totaal niet op orde. De greppels staan droog waardoor het grondwaterpeil zeker 50 tot 60 centimeter onder het maaiveld ligt, terwijl het waterpeil in de sloten hoog is. Dat komt door verdamping. Het is jammer, want het zijn in principe goede weilanden voor weidevogels. Door het lage waterpeil in de weilanden zal er dit jaar niks van terecht komen!”

 

Droog greppellandschap grenzend aan Opperwoud. Foto: Rineke Neppelenbroek

Artikelserie

SBW is bezorgd over het weidevogelbeheer in Nederland. Daarvoor is vooral de waterhuishouding cruciaal en het daarvoor benodigde greppellandschap. Zij is benieuwd of er over een maand nog water in de greppels in Opperwoud staat en hoe bloem- en kruidenrijk de weilanden zijn geworden. De weidevogels zullen ons vertellen of ze daarover tevreden zijn.

Dit is een serie van twee/drie artikelen over weidevogelbeheer, waarin vooral de waterhuishouding wordt belicht.

 

1. Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is een subsidiestelsel dat sinds 2016 met beheermaatregelen habitatten creëert voor verschillende doelsoorten zoals vogels, amfibieën, insecten en zoogdieren. Agrarische collectieven werken samen met deelnemers om in de regio op elkaar afgestemde ANLb-maatregelen uit te voeren.

2. Cijfers eerste inventarisatie op 22 april 2026: 59 paar kievieten (waarvan minimaal 31 op eieren), 49 paar grutto’s (waarvan 1 op eieren) en 32 paar tureluurs. Dat is omgerekend naar 100 hectare nu al maar liefst 350 broedparen! Er komen nog weidevogels en dit aantal is exclusief veel andere weidevogels, waaronder scholekster, veldleeuwerik, kwikstaart, graspieper en eenden soorten.

3. G&G-rapport 2022-111, Weidevogels Noord-Holland [https://geoapps.noord-holland.nl/app/weidevogeltellingen/documents/VanGroen_Hoogeboom_Non_2022_Weidevogelanalyse_PNH_1988_2021.pdf]

1.jpg
previous arrow
next arrow