Het Economisch Instituut voor de Bouw, het EIB, pleit ervoor dat gemeenten meer autonoom moeten kunnen bepalen of en waar aan randen van dorpen wijkjes kunnen worden gebouwd. Volgens gedeputeerde Beemsterboer is dat nodig ‘om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau te versterken’. Dat is een misvatting, blijkt uit onderzoek.

Leefbaarheid

‘Leefbaarheid’ is geen vastomlijnd begrip. Leefbaar werd vroeger geassocieerd met ‘schoon, heel en veilig.’ Door de bank genomen heeft leefbaarheid in de beleidswereld betrekking op de bevolking, de kwaliteit van woningen, voorzieningen en de woonomgeving (p. 7-8). In de wetenschap staat de beleving van bewoners meer centraal.

Kortom, leefbaarheid is niet gedefinieerd als de aanwezigheid van een bepaald voorzieningenniveau of van een bepaald aantal woningen.

Voorzieningen niet zaligmakend

Leefbaarheid in dorpen wordt vaak in verband gebracht met de aanwezigheid van voorzieningen. Soms verdwijnen dorpsvoorzieningen door schaalvergroting en bevolkingskrimp, ‘maar bewoners zijn niet negatiever geworden over de leefbaarheid’. Ook wanneer bewoners hun dorp wel ervaren als iets minder leefbaar als voorzieningen verdwijnen, vinden ze niet dat het de verkeerde kant op gaat. Volgens hen komt dat door de ‘mentaliteit van de medebewoners en de sociale vitaliteit’.

Onderzoeker Frans Thissen stelt: ‘Traditionele dorpsgemeenschappen veranderen in ‘woondorpen’. Daarmee verandert ook welke kenmerken een dorp leefbaar maken. Voorzieningen zijn niet meer zaligmakend, de woonomgeving speelt een steeds grotere rol’.

Het belang van de fraaie omgeving voor lokale betrokkenheid en inzet van mensen blijkt ook uit de een studie van het Centraal Planbureau uit 2015 (o.a. p. 9).

Bij de beantwoording van de vraag naar het succes van dorpen door de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen zijn acht waardevolle kenmerken onderscheiden. We noemen er een paar:

  • Lange adem, succes van eerste stappen leiden tot meer initiatieven;
  • Ondersteuning door een professional;
  • Actief verenigingsleven;
  • Goede onderlinge samenwerking en samenwerking met de gemeente.

Voor het succes van dorpsgemeenschappen is de aanwezigheid van een bepaald voorzieningenniveau niet belangrijk.

Meer huizen niet per se de oplossing

De leefbaarheid wordt lang niet altijd verbeterd door woningbouw, zoals door (sommige) bestuurders, politici en projectontwikkelaars wordt gesteld. Veel dorpen vergrijzen, waardoor er huizen vrijkomen voor anderen. Uit bovengenoemde onderzoeken blijkt dat leefbaarheid vooral een sociaal gebeuren is. Een belangrijk aspect voor leefbaarheid blijkt te zijn, dat dorpsbewoners elkaar bij naam kennen en elkaar zonder schroom om hulp kunnen vragen. Daarom is voor dorpen vooral een plek belangrijk waar je elkaar kunt ontmoeten, zoals een dorpshuis, en dat er iets georganiseerd wordt. Volgens Thissen komt het erop neer dat er regionaal beleid komt ‘dat is gebaseerd op de lokale woonfunctie en zich richt op het verbeteren van het bereik van vervoersafhankelijke groepen, het ontwikkelen van nieuwe vormen van gemeenschapszin en het eigen initiatief van dorpsbewoners.’

Zonde en niet nodig hier wat aan te bouwen.Zonde en niet nodig hier wat aan te bouwen.

Meer dan genoeg bouwplannen

De Monitor Woningbouw 2022 gaat over de productie, plancapaciteit en woningbehoefte in Noord-Holland. Daarin staat dat er een netto plancapaciteit is van 425.400 woningen. De bouwopgave tot 2040 bedraagt 230.000 woningen. Er ‘is in alle regio’s ruim voldoende plancapaciteit beschikbaar’ (p. 3).

Kortom, het is niet nodig nieuwe wijkjes aan dorpen te bouwen.

 

Conclusie

Anders dan door gedeputeerde Beemsterboer wordt gesteld is het voor de leefbaarheid van (kleine) dorpen niet nodig dat er nieuwe wijkjes bij dorpen worden gebouwd. Voorzieningen zijn niet zaligmakend voor de leefbaarheid. Deze nieuwe wijkjes zijn evenmin nodig voor uitvoering van de provinciale bouwopgave.

Voor velen is het fraaie landschap, waarvan hun dorp deel uitmaakt, belangrijk. Dat is een reden voor hun betrokkenheid en inzet voor hun dorp.

De SBW zal voor de bescherming van landschappen blijven opkomen.