7 januari 2022 – De provincie Noord-Holland wil koste wat het kost de werelderfgoedstatus van een weiland in Edam halen. Daardoor vervalt vrijwel iedere bescherming tegen bebouwing van het weiland. Wat bezielt de provincie? De Statenfractie van de Socialistische Partij (SP) probeert daarover duidelijkheid te krijgen.

Het 9 hectare grote weiland ten westen van bedrijventerrein Oosthuizerweg in Edam ligt binnen de begrenzing van werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Het is de plicht van de verschillende overheden om de bijzondere waarden van het erfgoed in stand te houden. Het betreffende weiland ligt in het vroegere inundatiegebied, het gebied dat bij dreigend gevaar onder water gezet kon worden. Het open houden van de vroegere inundatiegebieden is uit cultuurhistorisch oogpunt een belangrijke opgave en wettelijk verplicht.

Bedrijventerrein

Maar de provincie Noord-Holland heeft in haar eigen regelgeving dat weiland nooit de beschermde status willen geven die het verdient. Tien jaar geleden heeft zij op de kaart van de toenmalige Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) het weiland buiten de begrenzing van de Stelling van Amsterdam geplaatst.

De gemeente Edam-Volendam maakte daarop een plan om het weiland om te vormen tot bedrijventerrein en aan te laten sluiten bij het al bestaande bedrijventerrein Oosthuizerweg. De provincie ondernam daartegen geen actie.

Wél de Stichting Behoud Waterland (SBW), die stapte naar de Raad van State. Met succes. In september 2016 veegde de Raad van State het Edam-Volendamse bestemmingsplan van tafel voor wat betreft de uitbreiding, met twee argumenten: 1) een nieuw bedrijventerrein is helemaal niet nodig, want er is nog genoeg ruimte voor bedrijven op de Baanstee-Noord in Purmerend, 2) het weiland ligt in het gebied van de Stelling van Amsterdam en daarbinnen mag je helemaal geen bedrijventerrein aanleggen. De bestuursrechter bepaalde toen ook, dat de provincie de kaart in haar PRV moest aanpassen.

Dit weiland was vroeger onderdeel van het inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam.   Foto: Klaas BreunissenDit weiland was vroeger onderdeel van het inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam. Foto: Klaas Breunissen

Leugen

Maar dat deed de provincie niet. Volgens de kaart in de Provinciale Omgevingsverordening (POV), de opvolger van de PRV, uit 2020 ligt het weiland nog steeds buiten de Stellingzone. En in het ontwerp voor een herziene POV 2022 is dat eveneens het geval.

Het is nog erger. De provincie blijkt het initiatief te hebben genomen om de Unesco, die de Stelling van Amsterdam als werelderfgoed heeft aangewezen, te verzoeken de begrenzing van de Stelling zo te wijzigen dat het weiland er niet meer binnen valt. De Unesco heeft dat verzoek inmiddels ingewilligd.

Maar de Unesco heeft haar besluit genomen op basis van onjuiste informatie van de provincie. In haar verzoek schreef de provincie dat het weiland aan de binnenkant van de hoofdverdedigingslinie ligt en nooit inundatiegebied is geweest. Dat is echter pertinent onjuist. In zijn antwoord op de schriftelijke vragen van de SP-Statenfractie noemt het provinciebestuur dat ‘achteraf gezien wat ongelukkig [beargumenteerd] omdat het wel de functie van inundatieveld heeft gehad’. In goed Nederlands noemen wij dat leugen en bedrog.

Intrekken

De provincie kronkelt zich in een warrige argumentatie om haar gedrag in verleden en heden te rechtvaardigen. De provinciale redenering komt neer op: we wilden het gebied een dubbele bescherming geven als werelderfgoed en als nationaal landschap, maar dat heeft tot een omissie geleid zodat het gebied niet binnen het Stelling-gebied viel; laten we nu duidelijkheid scheppen en het gebied niet dubbel beschermen, maar helemaal niet beschermen.

Verbijsterend. In plaats van zijn bewuste omissie te erkennen, wil het provinciebestuur zijn misstap legitimeren. Dat is een provincie die het werelderfgoed ter harte neemt, onwaardig.

De SBW wil dat de provincie zijn verzoek tot herbegrenzing bij de Unesco intrekt omdat het gebaseerd was op onjuiste informatie, en om herziening van de herbegrenzingsbeslissing van de Unesco vraagt. De provincie moet ook het Rijk informeren en verzoeken de door de Unesco goedgekeurde herbegrenzing niet door te voeren in de landelijke regelgeving.