Waar is de grutto?

16 december 2021 – Het Nederlandse beleid om weidevogels te beschermen en te behouden werkt niet. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een deze week gepubliceerd rapport. Vernatting van de weilanden is noodzakelijk.

Het aantal weidevogels in Nederland wordt steeds kleiner, ondanks dat het rijk en de provincies steeds meer subsidiegeld aan boeren ter beschikking stelden voor bescherming van de vogels. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer is haar rapport ‘Waar is de grutto?’. Het aantal grutto’s is sinds 2000 bijna gehalveerd. In 2020 stelden rijk en provincie samen € 33,4 miljoen aan subsidiegeld beschikbaar, terwijl dat in 2001 nog maar € 4,1 miljoen was. ‘Acht keer zo veel geld en de helft minder grutto’s’, concludeert het rapport.

GruttoGrutto

Vernatting

Het weidevogelbeleid schiet ernstig tekort. De Rekenkamer geeft daarvoor twee verklaringen.

Ten eerste blijkt dat in de meest kansrijke gebieden voor weidevogels maar weinig boeren aan gesubsidieerd weidevogelbeheer doen.

Ten tweede nemen de boeren die wél meedoen niet de meest effectieve maatregelen. Maatregelen om het waterpeil te verhogen en plas-drasgebieden aan te leggen werken het best. Zij verhogen het aanbod van insecten die de vogels kunnen eten en roofdieren op afstand houden. Maar deze vernatting wordt in slechts 2% van het totale gebied uitgevoerd. De helft van het subsidiegeld gaat naar het weinig effectieve legselbeheer.

Kansen

De Algemene Rekenkamer ziet grote kansen liggen om de grutto en andere weidevogels beter te beschermen. ‘De boeren moeten daarvoor wel de maatregelen nemen die het best werken. Zij moeten dat bovendien doen in veel meer kansrijke gebieden voor de grutto.’

Het rijk en de provincie moeten in hun subsidiebeleid daarop sturen. ‘Niemand is gebaat bij ondoelmatige of niet doelgerichte inzet van belastinggeld.’

Niet nieuw

De heftige conclusies en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zijn niet nieuw. In 2013 schreef de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) iets vergelijkbaars. In haar rapport ‘Onbeperkt Houdbaar’, een advies aan de regering over natuurbeleid, pleitte de Rli voor een ‘de regeling voor agrarisch natuurbeheer [te herzien] om het rendement van ingezette middelen te vergroten’.

Naast het meer inzetten van agrarisch natuurbeheer in grotere, aaneengesloten en geschikte gebieden, bepleitte de Raad voor de toepassing van meer effectieve maatregelen. ‘In weidevogelgebieden niet alleen het maaitijdstip aanpassen, maar ook maatregelen voor grondwaterstand en bemesting. In akkerbouwgebieden betekent dat het ontwikkelen van natuurlijke akkerranden, maar ook veel minder bestrijdingsmiddelen.’

Het recente rapport van de Algemene Rekenkamer maakt nog eens duidelijk hoe urgent het is het weidevogelbeheer effectiever te maken. Anders verliezen we én de vogels én veel geld.