Nieuwe omgevingsverordening

23 oktober 2020 – Provinciale Staten hebben gisteravond de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld. De vereenvoudiging van de provinciale regelgeving heeft niet geleid tot een zwakkere bescherming van het landschap. Dat is een goede zaak, vindt de Stichting Behoud Waterland.

 

Ruim twee jaar geleden kondigde de provincie aan de ruim twintig regelingen die betrekking hebben op de leefomgeving, te vereenvoudigen. Het voorstel was dat er uiteindelijk maar twee soorten landschappelijke regimes zouden komen: een voor waardevolle en de andere voor niet-waardevolle gebieden. Enerzijds zwaar beschermde toppers als Natura2000-gebieden en werelderfgoederen, en anderzijds overig landelijk gebied waar van alles kon en mocht (worden gebouwd).

Succesvolle actie
De Stichting Behoud Waterland (SBW) en andere organisaties kwamen in actie tegen de dreigende vogelvrijverklaring van het grootste deel van het landelijk gebied in Noord-Holland. De SBW riep iedereen op de provincie te bestoken met pleidooien voor een effectieve bescherming van het Waterlandse landschap. Zelf organiseerde de SBW een WaterlandBeraad met Statenleden hierover en zette zij een petitie op touw. De petitie werd, mede namens een kleine dertig lokale bewonersgroepen, aangeboden aan Provinciale Staten. Daarin bepleitten de ondertekenaars voor een derde landschappelijk regime, namelijk dat van ‘Provinciaal landschap’. Dat regime zou ‘gebieden met bijzondere ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische en/of recreatieve waarden’ moeten beschermen.
De actie en lobby hadden succes. Bij de vaststelling van de provinciale Omgevingsvisie in november 2018 veegden Provinciale Staten de simplistische landschappelijke tweedeling tussen waardevolle en niet-waardevolle gebieden van tafel. Diverse Statenleden pleitten bij die gelegenheid al uitdrukkelijk voor een derde beschermingsregime, tussen het gewone landelijk gebied en de topgebieden in.

De Omgevingsverordening regelt wat er wel en niet mag in het landelijk gebied.  Foto: Rineke NeppelenbroekDe Omgevingsverordening regelt wat er wel en niet mag in het landelijk gebied. Foto: Rineke Neppelenbroek

Omgevingsverordening
De afgelopen twee jaar is de provincie bezig geweest haar toekomstvisie voor de provincie, zoals verwoord in de Omgevingsvisie, te vertalen in een aantal regels en voorschriften die juridisch bindend zijn, de provinciale Omgevingsverordening (POV).
Die POV vervangt ruim twintig verordeningen en regelingen die tot nu toe van kracht waren, waarvan de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) de bekendste is.
De POV kent voor het landelijke gebied vier verschillende landschappelijke regimes. Je hebt ten eerste de topnatuurgebieden die vallen onder Natura2000 en het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Dan heb je een regime voor de werelderfgoederen zoals de Stelling van Amsterdam en droogmakerij De Beemster. Het derde landschapsregime heeft de naam Bijzonder Provinciaal Landschap gekregen. Daarover hieronder meer. Het vierde gebied is het overige landelijk gebied, waar de meeste mogelijkheden zijn om – onder voorwaarden – te bouwen.
Het werkgebied van de SBW valt bijna helemaal onder de eerste drie landschapsregimes: natuurgebieden, werelderfgoederen en bijzonder provinciaal landschap.

Bijzonder Provinciaal Landschap
Voor allerlei deelgebieden binnen het Bijzonder Provinciaal landschap (BPL) heeft de provincie zogenaamde ‘kernkwaliteiten’ beschreven. Bijvoorbeeld dat het deelgebied wordt gekenmerkt door grote openheid en ruimte, belangrijk is voor weidevogels en bebouwingslinten heeft (met één rij huizen lang één of twee kanten van de weg).
Gemeenten moeten in hun bestemmingsplannen voor die BPL-gebieden ‘regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten’ bevatten. Nieuwe stedelijke ontwikkeling (woningbouw, bedrijventerrein) is in het BPL niet mogelijk, behalve in heel uitzonderlijke gevallen wanneer er sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn.
De SBW constateert tot haar opluchting en vreugde, dat de vereenvoudiging van de provinciale regelgeving in één POV de bescherming van natuur en landschap niet verzwakt heeft! De pogingen tijdens de Statenvergadering van met name het CDA om op allerlei plekken in de provincie de landschapsbescherming te verzwakken ten behoeve van woningbouw zijn gelukkig mislukt. De POV werd met 36 stemmen voor en 17 tegen vastgesteld. Voor stemden GroenLinks, VVD, D66, PvdA, Christen Unie, SP, 50Plus/PvdO en Fractie Baljeu.

Wensen
Hoewel de SBW heel blij is dat de POV de bescherming van natuur en landschap niet heeft afgezwakt, kan die bescherming nog wel een tandje beter. De SBW heeft een aantal wensen.
We vinden dat de kernkwaliteiten van het BPL en de werelderfgoederen op een aantal punten scherper geformuleerd moeten worden. Nu geven ze soms onvoldoende richting en sturing en kunnen zij ongewenste bouwplannen mogelijk maken. De SBW heeft ook bezwaar tegen de veel te makkelijke mogelijkheid om op boerenerven in het landelijk gebied windmolens te plaatsen. De mogelijkheid om in het BPL agrarische schuren en stallen op ervan van 2 hectare en groter te mogen bouwen, is ons een doorn in het oog. Verder wil de SBW dat (het onbebouwde deel van) de Purmer de status van BPL krijgt, net als de Wijde Wormer.
De provincie heeft aangekondigd volgend jaar al met een eerste wijziging van de nu aangenomen POV te komen. Het dagelijks bestuur van de provincie, Gedeputeerde Staten, heeft toegezegd vóór die tijd eerst met een Deltaplan Wonen en een Notitie Lintbebouwing te komen. Het blijft dus zaak de vinger aan de pols te houden.