Oktober 2016 - Bij landelijke verkiezingen voor een nationale vogel in 2015 koos Nederland massaal – rond de 10.000 betrokken Nederlanders – voor de grutto. Slechts zeshonderd personen stemden op de aalscholver. Zo weinig liefhebbers heeft hij. Dat is best gek, want Nederland heeft de grootste kolonie aalscholvers in Europa.

In Waterland zie je de aalscholver (waterraaf, schollevaar) regelmatig vliegen. Zijn karakteristieke zwarte gestalte met de gebogen nek en de gehaakte punt van zijn snavel onderscheidt hem direct van eend, gans, raaf, kraai. Of je ziet hem zittend op een paal in de Gouwzee. Met zijn draaiende groene ogen volgt hij vissen in de diepte, duikt en opent zijn snavel.
Hij vist wat af. Tot groot ongenoegen van de Nederlandse vissers die hem als een geduchte concurrent zien. Maar ook anderen hebben last van ze: laatst nog viste hij in Vlissingen een zwemvijver met gekoesterde koikarpers leeg. Daarbij nestelt hij bij voorkeur in bomen die door zijn zure ontlasting vaak het leven laten. En de vogel zou ook nogal stinken. Er waren dan ook tijden dat hij op uitsterven stond.
Maar er zijn gelukkig ook positieve geluiden over de vogel. In het noorden van Noorwegen heeft de aalscholver wel status. Dáár brengt hij geluk, volgens een legende. Verdronkenen zouden reïncarneren als aalscholvers. Hij is daar zowat heilig.
En dat is volkomen terecht.
Het dier is een ontzagwekkend overblijfsel uit de oertijd en sinds zijn ontstaan nauwelijks geëvolueerd. Hij is in een keer goed geschapen en dat gebeurt niet vaak. Hoe hij daar staat, op een paal, zijn vleugels gespreid, drogend aan de lucht. Om allerlei praktische redenen natuurlijk, maar dat doet niets af aan de mythische impact van zijn verschijning.




